Frits Scholte

"Van verzorgingsstaat naar participatiestaat"

Geen subsidie voor het ontwikkelen van spirituele ontplooiingsrituelen die niet bijdragen aan verbeterde kansen op een baan

Frits Scholte is directeur Manpower Nederland en bestuurslid bij de ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen).
Frits Scholte - 1968 Gouda

Speech te houden voor ministerie SZW, gemeenten en UWV.


Een verzorgingsstaat heb je voor mensen die niet mee kunnen doen. Voor alle anderen moet het systeem zijn ingericht op participatie. En daar kunnen we nog veel meer samen doen.

Vast werk, flexibel werk, deeltijdwerk en uitzendwerk. Je kunt werk op allerlei manieren categoriseren. En die categorieën kun je vervolgens weer labelen met allerlei kwaliteits- en waardeoordelen, gebaseerd op rapporten, meningen, emoties en andere onderbouwingen. Maar ondanks alle verschillen staat één ding vast: het is werk! Bonafide werk, en daar gaat het om.

Meer van belang is het onderscheid in het hebben van werk en het ongewenst niet hebben van werk. Het onderscheid tussen actieven en niet-actieven. Werkende mensen aan de ene kant en mensen die zijn aangewezen op voorzieningen en daarvan afhankelijk zijn aan de andere kant. Meedoen is belangrijk. Voor het individu en voor de maatschappij als geheel. Geen werk hebben is vaak slechter dan het hebben van 'slecht' werk. Mensen die geen werk hebben, voelen zich buiten de samenleving geplaatst. Veel contacten die ze via hun werk hadden, verdwijnen. Arbeid heeft een belangrijke plaats in onze maatschappij. Is meedoen überhaupt een keuze?

De laatste eeuwen is de economie meer en meer de maatschappij gaan bepalen. Productie, en daarmee arbeid, zijn dominante factoren geworden en vormen een belangrijk maatschappelijk fundament. Dat het werkend leven en het persoonlijk leven nagenoeg samenvallen, is een gegeven van deze tijd. Arbeid staat voor inkomen en daarmee bestaanszekerheid, maar ook voor persoonlijke ontwikkeling, participatie in de samenleving en identiteitsbesef.

Ook bij jongeren neemt dit besef toe. In het laatste M/Powerbook van Manpower wordt specifiek ingegaan op jong talent op de arbeidsmarkt. Uit een representatief onderzoek van Aetios blijkt dat de eisen die jongeren stellen aan hun baan aanzienlijk getemperd worden door de voortdurende economische onzekerheid. Jongeren van nu zijn vooral pragmatisch en realistisch, en hechten meer aan integriteit en werksfeer dan aan een zo hoog mogelijk salaris.

Maar het hebben van werk is niet vanzelfsprekend. In de veranderende wereld van werk eisen economische, demografische en technologische ontwikkelingen hun tol. In veel gevallen is het verlies van zekerheid op werk helaas onvermijdelijk. Gelukkig biedt de verzorgingsstaat een vangnet, maar ook dat systeem is sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw onderhevig aan verandering. Logisch, want dat systeem moet betaalbaar blijven. Dat systeem kun je moderniseren door de hoogte en de duur van uitkeringen te beperken. Maar je kunt het ook robuuster maken door de groep mensen die er een beroep op moet doen, te verkleinen.

Aan het gegeven dat er een groep is die zelf geen werk heeft en is aangewezen op een uitkering, ontlenen anderen juist hun ontstaansrecht: de instanties die de verzorgingsstaat hebben vormgegeven en in stand houden. Instanties waar duizenden (semi-)ambtenaren werken. Houdt dit systeem zichzelf, deels onbedoeld, in stand? Wat is de rol van deze instanties? Zorgen voor de groep uitkeringsgerechtigden of zorgen dat de doelgroep weer actief wordt? Natuurlijk moeten we goed zorgen voor de groep mensen die er (tijdelijk?) niet in slaagt om te werken. Dat is een heel erg belangrijk fundament onder onze maatschappij. Maar 'zorgen voor' is niet gelijk aan het overnemen van verantwoordelijkheid.
Het in stand houden van de verzorgingsstaat is een verantwoordelijkheid van ons allemaal, ook van de werkzoekende en zijn directe omgeving. Het is niet slechts de optelsom van een aantal instanties. Dat is te smal gedefinieerd en onvoldoende kansrijk. De ideale verzorgingsstaat is het totale systeem dat een bijdrage heeft of kan hebben in de zorg voor, en veel belangrijker, voor het ontwikkelen en het vinden van werk voor mensen die nu een uitkering hebben.
Met alle beste bedoelingen zijn er veel initiatieven tot publiek-private samenwerking gestart met het oog op bemiddeling van uitkeringsgerechtigden. En veel daarvan zijn gestrand. Het tegelijk nastreven van commerciële en maatschappelijke doelen is nog niet voor iedereen verenigbaar. En dat is een gemiste kans. Het wordt tijd om het wantrouwen ten aanzien van commerciële partijen te begraven en in te zien dat de prikkel van commercie ook prima kan bijdragen aan het bereiken van maatschappelijke doelen.

Het is mijn stellige overtuiging dat elk individu mogelijkheden heeft die nog niet zijn benut. Ook mensen met een uitkering, want het mag niet relevant zijn uit welk 'bakje je komt. Ik heb het over Individuen met potentie in plaats van mensen met een achterstand.
Een prachtig voorbeeld hiervan is een case die zich bij Manpower heeft voorgedaan. In samenwerking met een grote gemeente in het Westen van het land heeft Manpower een preselectie gedaan op een bestand van uitkeringsgerechtigden. Deze kandidaten zijn ongelabeld opgenomen in de reguliere arbeidspool om te werk gesteld te worden bij een groot sorteringbedrijf. Dit bedrijf was vooraf geïnformeerd over deze actie, maar wist niet welke kandidaat uit welke bron afkomstig was. Twintig kandidaten, komende uit een bijstandssituatie, hebben op deze wijze in 2011 lange tijd gewerkt en scoorden niet slechter dan de andere kandidaten. Stel je eens voor dat dit bij alle circa 400 gemeenten haalbaar blijkt. En waarom niet?

Iedereen streeft naar tevredenheid en voldoening, en wil graag geloven in wat hij doet. Het is dus van groot belang dat ieder individu de eigen mogelijkheden leert kennen en zich kan ontplooien. Wel in lijn met de behoefte op de arbeidsmarkt, dus geen subsidie voor het ontwikkelen van spirituele ontplooiingsrituelen die niet bijdragen aan verbeterde kansen op een baan. Dat is onze plicht als verzorgingsstaat. Talent omzetten in economische waarde en investeren in ontwikkeling, scholing en vorming. Dat is het beste medicijn tegen overbodigheid.
Laten we de gezamenlijk gerealiseerde besparing op uitkeringen en instanties gebruiken als investering in de duurzame ontwikkeling van mensen. Werken of leren, en het liefste beide tegelijk. Kunnen we dat alleen? Nee, dit is een kans die we alleen gezamenlijk kunnen verzilveren. Ieder in zijn kracht maar wel met elkaar. Wie biedt?!



permalink